Wit of rood?
Duitsland is natuurlijk het land van rank en slank, Riesling en wildzwijngebraad. Uiteraard staan er ook andere witte druiven aangeplant, maar wat ze gemeen hebben, is dat ze de voorkeur geven aan koelte. Door de klimaatverandering wordt het in Duitsland warmer dan zo’n dertig jaar geleden, waardoor klassieke Duitse stijlen soms lastiger strak en licht te houden zijn. Tegelijkertijd heeft dit een positief neveneffect aan de rode kant: later rijpende rassen krijgen ineens wél de kans om écht rijp te worden. In de Pfalz zie je dat het duidelijkst: warmere zomers, veel zonuren en beschutte hellingen maken het mogelijk om krachtiger rood te produceren.
Diva Cabernet
Cabernet Franc is niet de makkelijkste druif om goed te krijgen. Wel een van mijn persoonlijke favorieten overigens.
In koelere jaren kan hij snel “groen” uitvallen, met paprika-achtige tonen als hij niet volledig rijpt. Ook zijn de tannines en het zuur dan vaak vrij streng, waardoor je een aanslag doet op het tandglazuur. Tegelijk is hij gevoelig voor het juiste oogstmoment: te vroeg is streng en plantaardig, te laat verliest hij spanning. Als het wél klopt, is hij magisch: sappig en elegant rood fruit, wat boerse, florale tonen, kruidigheid en een mooi, strak maar verfijnd profiel. Daarom past Cabernet Franc zo goed in een warmer wordend Duitsland: rijp, maar met finesse en frisse zuren.
Vatenwissel
Weingut Philipp Kuhn (Laumersheim, Pfalz) is VDP-lid en staat bekend als een van de huizen die laten zien hoe serieus Duits rood inmiddels kan zijn.
En Philipp zelf? Die wordt geroemd om zijn precisie in de wijngaard én zijn gevoel voor opvoeding. En dan hebben we het niet over die van zijn kinderen.
Bij Kuhn is houtrijping bijna een vorm van religie. Zijn Cabernet Franc Réserve krijgt een lange rijping in kleine Franse eiken barriques. Dat doet hij niet om de wijn naar vanille te laten smaken, maar om textuur te bouwen, tannine te polijsten en het fruit diepte te geven. Deze cuvée rijpt, enigszins afhankelijk van het oogstjaar, ongeveer 20 maanden op (deels nieuw) Frans eiken. Spontane vergisting en een lage dosis sulfiet zorgen voor een pure stijl.
Wanneer is ’ie het lekkerst?
Wat een beuker. Rijk en rijp, maar tegelijk fris en gelaagd. In de neus direct een knappend haardvuur, wat reductie en gerookt vlees. Daarnaast viooltjes, donkere bessen en rijpe kersen. Een randje frivole framboos, omlijst door serieuze lederen tonen en zwoele kruiderij als mokka en tonkaboon. Een shot espresso in de afdronk. Prachtig verweven tannines en ranke zuren die niet opvallen, maar precies doen wat ze moeten doen.
Schenk rond de 16 graden en pak de mooiste Bordeauxglazen die je in huis hebt. Een half uur in de karaf doet hem goed. Gril je iets, zolang het maar aards of zoetig is,dan past dit perfect. Dit is een wijn met hoge intensiteit, dus pas op met subtiele smaken; daar knalt hij gemakkelijk overheen. Ga voor zoete aardsheid, zoals knolselderij, gepoft met gebakken paddenstoelen, knoflook en een verse worst van de slager. Of een gegrilde puntpaprika, met gekruid gehakt, feta en basilicum.