Twee gezichten
Spanje blijft zich ontwikkelen. Ben er net geweest en dat is prettig, want dan leer je weer nieuwe dingen. En Spanje is een land met veel nieuw elan. Toch blijven sommige dingen wat vreemd. Bepaalde classificaties, of het uitblijven daarvan, kunnen raadselachtig zijn.
Neem nu de, zo goed als, buurgebieden Rioja en Ribera del Duero. Allebei gek op Tempranillo, maar toch twee verschillende karakters. Rioja vaak wat zachter, zwoeler en ronder door de rijping op (vaak) Amerikaans eiken. Ribera doorgaans wat krachtiger, donkerder en gespierder. Dat komt onder andere door het continentale klimaat en de hooggelegen wijngaarden van Ribera.
Twee gebieden met cultstatus, want Vega Sicilia komt uit Ribera. Maar alleen Rioja heeft de hoogste Spaanse herkomststatus, DOCa. Ribera moet het doen met een gewone DO. Toch maar weer eens een bewijs dat een officieel stempeltje niet altijd alles zegt.
Hout (je)
Deze Luz Millar komt van Bodegas y Viñedos Lleiroso, onderdeel van de Bornos-groep. Ja, ik weet het, grote speler, maar het is een samenwerkingsverband met een lokale, kleinere wijnboer die onder de vlag van Bornos, met iets meer faciliteiten, zijn ding kan doen. De Tempranillo groeit bij Valbuena de Duero, op zo’n 780 meter hoogte. Warme zomerdagen, koude nachten: ideaal voor rijp fruit zonder de frisheid kwijt te raken.
Roble betekent eikenhout, maar subtiel. Wat minder dichtgetimmerd. Slechts drie maanden Frans en Amerikaans eiken geven de wijn wat extra schwung. Stevige wijn, met opvallend veel concentratie. Lekker hapje tannine, sappig fruit, mooi rokerig. Rijpe pruim, kersenvlaai, vanillepeul en een tikje kaneel. Lekker donker, aards en met fijne frisheid.
Aan tafel
Hier kun je veel kanten mee op. Dikke biefstuk, prima! Maar als je hem twee graden terugkoelt, naar de 15–16 graden, is dit ook een feestje bij een rijke paddenstoelenrisotto, gehaktballetjes in tomatensaus of een goedgevulde lasagne. Zorg wel voor genoeg hartigheid en concetratie. Dit is wel een wijn die van een beetje smaak houdt.
