Rosé on steriods
Tavel is misschien wel de beroemdste rosé-appellatie van Frankrijk. En toch voelt het alsof bijna niemand er nog echt over praat. Zonde, want dit is precies de plek waar rosé niet wordt gemaakt als bleek, vluchtig zwembadwater, maar als serieuze wijn. Met kleur, structuur, kruidigheid, fruit en grip.
Rosé met ruggengraat. Rosé die eten aankan. Rosé die niet bang is voor tannine. En rosé die vaak ook gewoon wat leeftijd nodig heeft.
Tavel: vergeten icoon
Waar veel rosé tegenwoordig vooral zo licht mogelijk moet zijn, doet Tavel daar niet aan mee. Hier mag rosé dieper van kleur zijn. Hier mag hij kruidig zijn. Hier mag hij wat bitter, wat stevig en wat gastronomisch hebben.
Dat komt ook door de manier van maken. Tavel krijgt traditioneel meer schilcontact dan veel andere rosés. Daardoor komt er niet alleen meer kleur mee, maar ook meer structuur. En precies daar zit die stevige bite in het mondgevoel: een klein tanninerandje dat de wijn serieus maakt.
Boucarut: natuur met structuur
Château Boucarut werkt hier met Grenache en Cinsault uit gobelet-gesnoeide stokken. De druiven komen van het terroir Les Vestides, met kalksteenpuin op klei. Dat geeft rijpheid, maar ook spanning en een zekere mineralige grip.
De druiven worden met de hand geoogst in kleine kistjes en krijgen vervolgens een paar dagen schilweking met hele trossen voordat ze worden geperst. Dat is belangrijk, want daardoor krijgt deze wijn niet alleen sappig rood fruit, maar ook structuur, kruidigheid en tannine. Daarna vergist de wijn zonder toegevoegde gisten. Hij wordt niet geklaard, niet gefilterd en krijgt alleen een kleine sulfiettoevoeging bij botteling.
Leeftijd
Tavel mag best even liggen. Sterker nog: jonge Tavel kan soms wat hoekig zijn. Veel fruit, veel kruidigheid, veel structuur. Met wat flesrust valt alles beter op zijn plek. Het fruit wordt ronder, de tannine zachter, de kruidigheid dieper.
Deze 2022 heeft precies dat. Nog steeds fris en sappig, maar met meer rust, meer hartigheid en meer samenhang dan een jaar of twee geleden.
Wanneer is ’ie het lekkerst?
Denk aan rozenbottel, rijpe pruim, framboos, granaatappel en zelfs wat bloedsinaasappel. Als bonus een boerse ondertoon, gedroogde Provençaalse kruiden en een hapje bitters alsof er een zakje zwarte thee heeft meegetrokken. Sappig en zuidelijk, maar met een stevige bite door de tannine.
Schenk ’m zeker niet ijskoud. Rond de 11 à 12 graden is ideaal, liefst in een ruim witwijnglas of Bourgogneglas. Heerlijk bij gegrilde kip, tonijn van de barbecue, ratatouille, lamsgehakt, kruidige couscous, charcuterie of gegrilde groenten met aioli.
Zelf schenk ik hem graag bij het volgende gerecht!
